De verhouding tussen hart (gevoelens), verstand en wil levert in een mensenleven vaak een spanningsveld op. Het leven van Ignatius van Loyola, de stichter van zijn orde, toont voor jezuïet Nikolaas Sintobin aan, hoe deze drie elkaar aanvullen. Maar ook dat het hart het kompas is. Hoewel onze maatschappij vooral de ratio op een voetstuk hijst, onderschrijf ik “van harte” deze mensvisie van de jezuïeten↪. Ik neem hun visie graag over uit Sintobins boekje Jezuïeten grappen. Humor en spiritualiteit. om het belang van zelfonderzoek duidelijk te maken.

hart, verstand en wil

Ignatius van Loyola (1491-1556) was vooral een gevoelsmens, die als veelbelovend edelman ernstig gewond raakte in de strijd. Hij maakte een bekering door naar een leven dat hij in dienst wilde stellen van God. Een intensief zelfonderzoek van zijn gemoedsbewegingen volgde dat uiteindelijk 20 jaar later leidde tot de stichting van de Sociëteit van Jezus, de jezuïeten. Hij leerde in zijn zelfonderzoek dat God vooral spreekt in de subjectiviteit van de mens. God maakt zich kenbaar in de gemoedsbewegingen van het hart. Gevoelens zijn de richtsnoer om je leven vorm te geven.

Maar gevoelens kunnen je ook misleiden. Je kunt er door overweldigd raken. Ignatius merkte in die periode van bekering dat een goed gevormd verstand ook belangrijk is. Het verstand, de ratio, maakt het namelijk mogelijk om des te verfijnder te luisteren. Het maakt het mogelijk om de subtiele gemoedsbewegingen in het hart waar te nemen en die te interpreteren. Verstand en hart sluiten elkaar dus niet uit: het verstand vult het hart prachtig aan. En de wil? De wilskracht helpt om datgene wat hart en verstand duidelijk maken, door keuzes vorm te geven in het concrete leven en daar trouw aan te blijven. Hart, verstand en wil vullen elkaar dus aan, maar het hart is het kompas.

zelfonderzoek

Afdalen in jezelf om waar te nemen wat er in je hart leeft, noemen we zelfonderzoek. Je kijkt als het ware met een zekere nieuwsgierigheid in de spiegel die je jezelf voorhoudt en neemt zo eerlijk mogelijk waar wat zich binnenin afspeelt. Je probeert om je gevoelens niet te censureren. Een idee of een ervaring kun je positief waarderen, maar even goed pijnlijk of negatief. Sterker nog: een herinnering kan fijne en nare gevoelens tegelijk meebrengen. De kunst van zelfonderzoek is om beide er te laten zijn. Je neemt je gevoelens waar maar valt er niet mee samen. Bij zelfonderzoek neem je dus wat afstand van jezelf om open en nieuwsgierig naar je ervaringen te kijken.

Ik stel hier drie vormen van zelfonderzoek aan je voor. Alle drie hebben mij veel inzicht gegeven in mijn ervaringen en gevoelens. En alle drie waren richtingwijzers naar de toekomst. Deze vormen van zelfonderzoek vragen om deskundige begeleiding, al kun je na de nodige oefening ook zelfstandig focussen. De meest wetenschappelijke benadering is de zelfkennismethode. Deze methode is de basis onder mijn praktijk Torc – bureau voor zelfonderzoek.  Een liefdevolle en zachte benadering biedt focusing, dat ontwikkeld is door de Amerikaanse psycholoog Gene Gendlin. De derde vorm is de basis voor de spiritualiteit van de jezuïeten: de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola. Doe je voordeel met dit overzicht en met de links op iedere pagina. Als je op jouw tocht door mij begeleid wil worden, ben je van harte welkom.