In mijn opvoeding speelde geloof geen enkele rol. Mijn ouders waren niet gelovig en ik ging naar een openbare lagere school. Mijn kennismaking met de wereld van het christendom was de zgn. godsdienstlessen in de zesde klas. Een uur per week kwam een dominee mooie verhalen uit het Eerste Testament vertellen. Toch was ik wel gevoelig voor het hogere. Ik herinner mij dat ik als jongetje op een avond voor mijn bed spontaan op de knieën ging en God gebeden heb dat mijn zieke moeder beter zou worden. Wat inderdaad gebeurde: de volgende dag ging het een stuk beter met haar. Op de middelbare school verdween God volledig uit beeld.
Mijn studie Middelnederlandse letterkunde sloot ik af met een scriptie over Segehelijn van Jherusalem, een verhaal over een ridder die strijdt tegen de Saracenen (moslims) en die de werktuigen van het lijden van Jezus Christus verovert. Ik dompelde mij onder in de middeleeuwse religieuze wereld. Mijn studie en een vaag verlangen naar zingeving zetten mij vervolgens op weg. Ik verdiepte mij in oosterse spiritualiteit en in ons westerse, voorchristelijke verleden (druïden). Mijn weg werd geleidelijk aan christelijk met als eerste pleisterplaats een klooster. In drie pagina’s laat ik je kennismaken met mijn bijzondere pad van agnost naar katholiek.
Jarenlang, andere mensen imiterend,
probeerde ik mijzelf te leren kennen..
Van binnenuit kon ik niet beslissen wat te doen.
Geheel verblind hoorde ik mijn naam roepen.
Toen stapte ik naar buiten.
© Pouwel Woldendorp | augustus 2026