spiritualiteit

In het leven van monniken speelt spiritualiteit een belangrijke rol. Ik zal mij niet wagen aan een definitie van het begrip: dat hebben vele anderen met veel betere papieren dan ik al veel en vaak gedaan. In mijn boekenkast staat zelfs een Handboek Spiritualiteit van Kees Waaijman, dat inclusief noten en registers 954 pagina’s telt. Zonder hem tekort te willen doen (hij is als emeritus hoogleraar Spiritualiteit van de Radboud-universiteit en karmeliet dé specialist in Nederland) zoek ik het voor mijn verkenning van de betekenis van spiritualiteit voor mijn leven toch liever bij praktische boeken van monniken, die hun ervaringen in eenvoudige taal overbrengen. En daarvan zijn er vele verschenen. Mijn vraag als thuismonnik is, hoe ik spiritualiteit in mijn dagelijkse leven kan integreren. Hoe ziet spiritualiteit in mijn leven er nu uit? Wat kunnen de beroepsmonniken mij leren vanuit hun traditie en inrichting van hun leven, dat voor mij en voor jou bruikbaar is?

Het eerste dat opvalt in veel van de boeken van monniken over dit thema, is dat spiritualiteit zo ontzettend gewoon en nuchter is. Het is niets zweverigs maar erg aards. De benedictijnen Anselm Grün en Meinrad Dufner spreken over Spiritualiteit van beneden (Kok – ten Have, Kampen 2008). De titel van een van hun hoofdstukken luidt: Deemoed en humor als grondkenmerk van het christelijk bestaan. Deemoed, dat kan ik direct plaatsen, maar humor als grondkenmerk in een boek over spiritualiteit? De jezuïet Jan van Deenen die samen met mede-auteur Petra den Dulk een band heeft met de St. Willibrordsabdij in Doetinchem benadrukt in het boek De mysticus in jezelf – in aandacht leven (Ten Have, Kampen 2007) hoe gewoon de mystiek is. De titel van het eerste hoofdstuk luidt: Mystiek: buitengewoon gewoon. Voorwaarden in je leven om ruimte te maken voor mystiek zijn volgens hen: stilte, aandacht voor het lichaam en adem.

Hein Stufkens tenslotte heeft een boekje geschreven onder de titel Gelukkig zijn – De monnik als model (Ankh-Hermes, Deventer 2006). In zijn eerste hoofdstuk citeert hij de Belgische benedictijn Benoît Standaert, waarvan hij een lezing bijwoonde over spiritualiteit. Ik citeer hier graag ook weer uit, omdat het zo’n mooi voorbeeld is van de praktische en nuchtere levenslessen die wij van monniken kunnen leren. Standaert zegt: “Spiritualiteit is de beoefening van levenskunst door zich toe te leggen op welbepaalde vormen die gaandeweg omvormend werken. Spiritualiteit streeft dus omvorming na. Ze leidt tot een herwonnen vrijheid, telkens weer te veroveren maar ook telkens weer beschikbaar, want de toegang tot de bron is weer verzekerd.” Het doel van spiritualiteit toelaten in je leven is dus omvorming, een beter en gelukkiger mens worden. Hij beveelt ons drie vormen aan uit de vele vormen waarin hij als monnik zich heeft getraind. Deze drie zouden in de leefwereld van ons allemaal een plek kunnen vinden.

De eerste oefening die Standaert noemt, is: niets doen. Gewoon stoppen: een uur, een halve dag, een dag. En dit regelmatig doen. Deze oefening spreekt mij erg aan, omdat zij zo goed bij mij past en ik in mijn leven de stilte zo nodig heb en waardeer. De tweede oefening van Standaert is een veel lastiger opgave voor mij en met mij vele anderen. Hij beveelt namelijk aan om te leren leven met paradoxen, schijnbare tegenstrijdigheden. En dat vinden we moeilijk: we vinden iets al gauw zwart of wit, goed of fout; we vinden die mens al gauw leuk of onaardig, betrokken of afstandelijk, enz. Toch staan alle wijsheidsboeken in oost en west vol met paradoxen, zoals: wie grijpt verliest, of de eersten zullen de laatsten zijn. En de derde oefening die hij aanbeveelt is het beoefenen van dankbaarheid. Standaert: “De toeleg op dankbaarheid, in alle omstandigheden, in goede en kwade dagen, vormt pas helemaal het hart om. (…) Ik ken geen betere thermometer van het geestelijk leven, voor mijzelf en voor anderen, dan die effectieve constante grondhouding van dankzegging, wat we ook mogen meemaken.” En dat is verreweg de allermoeilijkste oefening van de drie, zeker op momenten dat pijn en moeilijkheden je deel zijn. Maar de constante oefening in dankbaarheid zal zeker helpen om juist in die moeilijke momenten overeind te blijven. Daarvan ben ik wel overtuigd.