biechtvader

Voor mijn geestelijke vorming is mijn tijd bij deVoorde, globaal van 2005-2012, erg belangrijk geweest. Ik was deelnemer aan programma’s voor persoonlijke groei, ben er individueel te gast geweest en ik heb er veel geleerd over gastvrijheid in mijn tijd als gastheer. deVoorde was een cruciale etappe op het pad dat leidde tot mijn doop en opname in de katholieke kerk op 19 april 2014. Ook thuismonnik. heb ik aan deVoorde te danken, want het besef dat “ik … in diepste wezen een monnik (ben)” werd daar wakker. Maar één aspect van de visie van deVoorde op mens-zijn heb ik nooit echt goed een plek kunnen geven: mijn talent.

talent

Je talent is jouw ene, unieke gave aan deze wereld. Je hebt er niet twee, drie of vijf: nee, één specifiek en hoogst persoonlijk talent. Daarnaast heb je natuurlijk (veel) kwaliteiten, maar slechts één talent. Dit talent hoort van nature bij jou: het is een natuurlijke drang bedoeld voor anderen. Iets unieks wat je moeiteloos en als vanzelf doet. Je kunt het niet laten. Het kan zo gewoon zijn dat je zelf de waarde ervan moeilijk inziet. Misschien lijkt je talent op dat van een ander, maar het heeft altijd jouw unieke, persoonlijke kleur. Omdat het zo persoonlijk is, kun je er ook alleen zelf een naam aan geven. Een psychologische test zal jouw talent nooit kunnen benoemen: dat kun je alleen zelf. En juist het vinden van de benaming voor mijn talent is mij nooit gelukt in al die jaren bij deVoorde en daarna. Tot voor kort.

Een week geleden had ik mijn maandelijkse kloosterdag: een etmaal thuis leven in het ritme van de kloosterlijke getijden. Het zesde “uur”, de sext, is de periode van bezieling en overtuiging maar ook van crisis en gevaar. Tijdens het gebedsmoment aan het begin van dit “uur” heb ik gemediteerd op de specifieke betekenis van deze periode. Ik ben gaan lunchen en daarna gaan wandelen in een natuurgebied in de buurt. Al mijmerend schoven twee kanten van mijzelf ineen, die tot nu aan toe ook twee gezichten hebben op internet: deze website thuismonnik. en mijn zakelijke website Torc. En als bonus – hoewel ik die dag helemaal niet bezig was met deVoorde of talent – kwam er ineens een naam voor mijn talent in mij op: biechtvader. Hoezo: bezieling?

biechtvader

Jan de Dreu, een van de trainers van deVoorde, was er een meester in om mensen hun talent te laten ontdekken. Hij had een oefening waarbij je aan het eind de volgende zin moest afmaken: “Ik ben een geboren….”. Het eerste wat er in je opkomt, neem je serieus. Ik begrijp nu waarom het mij nooit gelukt is om écht te voelen: ja, dit is het. De uitkomst paste nooit echt goed. Maar in die tijd bij deVoorde kwam biechtvader in mijn vocabulaire ook helemaal niet voor. De biecht is een van de zeven sacramenten van de katholieke kerk. Wel een zoekende geest maar niet katholiek, had biecht voor mij geen enkele persoonlijke betekenis. Nu anno 2020 is de biecht deel van mijn leefwereld, zelfs al heb ik dit sacrament van verzoening nog nooit in een een-op-een-gesprek met een priester ontvangen. Als ik nu zeg: ik ben een geboren biechtvader, dan weet ik: ja, dat is waar. Biechtvader is mijn talent.

Terug van mijn wandeling tijdens de kloosterdag, zocht ik op internet naar associaties met biechtvader. Ik kwam terecht bij het boek De nacht van de biechtvader van de Tsjechische theoloog en priester Tomáš Halík. Het is een van de boeken die ik heb gelezen met een potlood in de hand. Zó vaak heb ik de behoefte gehad passages aan te strepen die mij erg aanspreken. Hij weet vaak woorden te vinden die mijn geloofsbeleving treffend beschrijven. Woorden die ik zelf niet direct paraat heb. Zo ook in dit boek dat ik een jaar of twee geleden had gelezen. Ik heb het diezelfde dag weer tevoorschijn gehaald.

mijn talent: biechtvader

Halík schrijft over zijn functioneren als biechtvader de volgende woorden. “Ik probeer geduldig en aandachtig te luisteren, te onderscheiden, zo goed mogelijk ook dat te begrijpen – om niet te kwetsen met indringende vragen – wat tussen de regels verborgen is, wat iemand niet precies kan (of ook niet helemaal wil) benoemen, om redenen van schaamte of omdat het gaat om iets wat gevoelig en ingewikkeld ligt, waarover hij of zij niet gewend is te praten en waarvoor diegene ook de woorden niet kan vinden. Tegelijk zoek ik zelf al de woorden om hem of haar te troosten en te bemoedigen, of – voor zover dat nodig is – te laten zien dat je ook op een andere manier naar de kwestie kunt kijken, die anders kunt beoordelen dan hij of zij die op dat moment waarneemt en beoordeelt. Ik stel vragen om hem of haar ertoe aan te zetten bij zichzelf na te gaan of hij of zij niet iets wezenlijks voor zichzelf verbergt.”

Het is alsof hij mijn talent beschrijft. Al op de middelbare school vertrouwden medeleerlingen mij spontaan geheimen toe. Tussen 20 en 30 jaar oud klaagde ik wel eens, dat ik zelf ook wel een schouder wilde hebben om op uit te huilen. Ik voelde mij wel eens teveel de praatpaal voor anderen. Later als reïntegratie-coach hebben cliënten mij persoonlijke, pijnlijke ervaringen verteld die ze nog nooit met een ander hadden gedeeld. Ben ik dan niet “gewoon” een psychosociaal of psychotherapeut? Ik geloof het niet. Ik heb wel cliënten geholpen door therapeutisch – gericht op herstel – met hen in gesprek te zijn. Maar daar ligt niet mijn echte kracht en verlangen. Mijn echte talent is om in liefde aanwezig te zijn bij de mens die zijn of haar verhaal kwijt wil en steun zoekt. Dàt is wat Halík hierboven beschrijft. Ik noem dat net als hij: biechtvader.

geen vergeving

Een biechtvader in katholieke zin ben ik niet. Ik ben geen priester. Je kunt bij mij dus niet terecht voor vergeving van zonden en verzoening met jezelf, de ander en met God. De sacramentele dimensie ontbreekt, zou Halík zeggen. Maar dat de Geest mij op mijn wandeling het woord “biechtvader” influisterde, is niet voor niets.