eenvoud

Veertien dagen geleden heb ik, voor het eerst sinds tijden, thuis weer een stiltedag gehouden. Toen stelde ik mijzelf ook expliciet de vraag met welke kwaliteiten uit het monastieke leven ik mij verbonden voel of zou willen verbinden. In mijn vorige bericht heb ik aandacht besteed aan rituelen en het rituele karakter van het leven als monnik. In dit bericht gaat het om een waarde die erg monastiek is, maar waarvan ik het verrassend vond dat ik mij daarmee verbonden voel. Ik heb het over de kwaliteit van eenvoud. Materieel heb ik het goed en behoor ik zeker tot de bevoorrechten in onze Nederlandse maatschappij. Ik leid dus zeker geen leven in eenvoud. Ik heb een mooi huis, alle apparaten die ik wens, een auto en lekker eten en drinken. Dat kan veel eenvoudiger en soberder. Toch voel ik mij verbonden met eenvoud.

Eenvoud is voor mij, dat ik (denk ik) gelukkig en tevreden kan zijn zonder luxe, dat niet alles om geld draait. Eenvoud is dat waarden als liefde en gezondheid veel wezenlijker zijn dan geld. Maar eenvoud is ook dat ik zit te genieten op een stoel tussen de bloemen naast een omgewaaide kersenboom. Eenvoud is blij worden van een blauwe salieplant, de activiteiten van een hommel of het zingen van een merel. In het kloosterritme past het woord eenvoud voor mij bij het moment van de lauden: na de nachtwake het eerste getijde van de dag. De lauden gaat over het ontvangen van de nieuwe dag als een geschenk. De lauden nodigt uit tot genieten van wat ons geschonken wordt en tot dankbaarheid. De lauden is verbonden met de ervaring van verwondering. En dat is precies de eenvoud waarover ik het heb.

Materieel heb ik het goed en leef ik niet eenvoudig. Maar ik ben blij dat ik nog het vermogen heb om te genieten van een saliebloem. Die vorm van eenvoud koester ik om niet in de valkuil te vallen die René Froger bezingt. “Een eigen huis, een plek onder de zon en altijd iemand in de buurt, die van mij houden kon. Toch wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was.” Dat lijkt mij uitermate treurig.