geloven

Gisteren heb ik een stille retraite van ruim drie volledige etmalen bij de trappisten van de Abdij Koningshoeven afgesloten. Het was een voorrecht om in een groep van 12 gasten al die tijd mee te mogen leven met een vitale en levendige kloostergemeenschap en zes maal per dag gezamenlijk de gebedsmomenten te vieren. Iedere avond was er een trappistenbiertje voor ons, waaronder woensdag de eerste kennismaking met het nieuwste Nederlandse trappistenbier, Zundert: een absolute aanrader. Een bijzonder moment vond ik iedere ochtend de zogeheten conferentie van broeder Korneel, de vorige abt van de abdij. Een half uurtje waarin hij ons aan de hand van zijn eigen persoonlijke ervaring en teksten uit de bijbel of andere bronnen stof tot overdenking meegaf.

In de welkomstbrief was als onderwerp de adventstijd aangekondigd, maar omdat er deelnemers waren die vorig jaar in dezelfde tijd ook al aan de retraite hadden deelgenomen, heeft broeder Korneel ons vier maal onderhouden over de Godsontmoeting. Dan gaat het dus over vragen als: Kunnen wij God ervaren? Waar is God te ervaren? Hoe kan God ervaren worden? God is niet te ervaren, maar we kunnen wel iets van Hem gewaarworden. We kunnen Hem bijvoorbeeld gewaarworden in de stilte (Elia op de berg Horeb) of in de nacht (Jacob die worstelt met God en in zijn heup gewond wordt). Maar vandaag ging het over diegene in wie of via wie christenen bovenal God gewaar kunnen worden: Jezus van Nazareth. Die in Johannes 14, 6 zegt: “Ik ben de weg, en de waarheid en het leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader.”

In zijn beschouwing maakte br. Korneel duidelijk in grote lijn twee soorten oprechte gelovigen (christenen) te kennen. De eerste groep gelovigen bestaat uit die mensen, die via Christus tot God komen. Zij zijn de mensen die zich verbonden voelen met Jezus in Zijn concrete bestaan in de bijbel en die via Hem geleidelijk aan iets gaan proeven van het grote mysterie dat Hem overstijgt: God. De tweede groep mensen volgt in zekere zin de omgekeerde weg: van God naar Christus. Zij voelen zich vanuit een authentieke religiositeit aangetrokken tot God en zien Hem vervolgens geleidelijk gezicht krijgen in de mens Jezus. Maar voor beide groepen mensen geldt, dat uiteindelijk Christus centraal staat. Zijn persoon maakt hen tot christenen. Zelf behoor ik zeker tot de tweede groep, niet de eerste. Voor mij begint Christus eigenlijk pas contouren te krijgen sinds de vieringen tijdens de Goede Week in Huissen dit voorjaar.