Getsemane

Een van de bekende verhalen uit het Nieuwe Testament is natuurlijk de verloochening van Jezus door Petrus. Jezus kondigt die verloochening aan in Getsemane, de Hof van Olijven of Berg der Olijven in mijn Naardense vertaling. Ik schreef al dat ik bij de Geestelijke Oefeningen in juli vooral bezig ben geweest met Petrus. Welke gemoedsbewegingen gingen door hem heen? Herken ik die in mijzelf? Welke inzichten leverde dit op? Vandaag teksten uit mijn dagboek bij twee passages: Mc 14, 27-31 en Mc 14, 32-42.

Marcus 14, 27-31

Ik, Petrus, heb de sterke overtuiging dat ik niet zal struikelen: o, nee hoor, dat zal mij niet overkomen. Verloochenen? Nee hoor, ik zal staan voor wat ik geloof: ik zal U nooit verloochenen. Ken ik, Pouwel, dat? Er vast van overtuigd zijn dat ik iets NIET zal doen? Ja hoor. Ik kan erg zeker en overtuigd zijn van mijn mening of idee. Ook als Hij zegt dat ik Hem 3x zal verloochenen voordat de haan 2x kraait, ontken ik dat: ik laat U niet in de steek. En dat zeggen ook mijn medeleerlingen. Zie ik nou ongeloof in Zijn gezicht, als wij dat zeggen? Nee, dat zie ik niet.

Reflectie

De boodschap dat de haan 2x zal kraaien, komt niet bij mij binnen. De boodschap dat ik Hem zal verloochenen, wel. En dat ontken ik ten stelligste. Iets van verontwaardiging: “Hoe kunt U dat nou denken?” Ik ben zelfs bereid om samen met Hem te sterven, want ik houd van Hem. En hoe diep gaat mijn, Pouwels, liefde voor Jezus? Zou ik dat ook zeggen? Nee, dat zou ik niet doen. De kern van deze passage is Petrus’ zekerheid en overtuiging, waardoor hij de waarschuwende boodschap van Jezus niet aanneemt. Petrus mist waarschuwingssignalen of neemt ze niet serieus. En dat ken ik wel: een soort blindheid. Mezelf stoerder voordoen dan goed voor mij is. Die blindheid wordt in de volgende passage symbolisch mooi duidelijk: de leerlingen vallen in slaap!

Marcus 14, 32-42

Getsemane. Jezus neemt ons drieën mee om te bidden, de anderen blijven achter. Hij lijkt onrustig. Dan laat Hij ons achter: “Mijn ziel is ten diepste bedroefd, blijft hier en blijft wakker.” Hij maakt mij bezorgd. Hij gaat een stukje verder bidden en ik breng mijn zorgen in gebed voor de Heer. Maar ik ben zo slaperig dat ik in slaap val. Jezus wekt mij en zegt: “Simon, je slaapt! – ben je niet sterk genoeg om één uur wakker te blijven?” Ik schaam mij voor wat er gebeurde.

Hij vraagt om wakker te blijven en te bidden dat ik niet in verzoeking kom. Wat bedoelt Hij? De verzoeking om in slaap te vallen? De verzoeking om Hem te verloochenen? Ik begin weer te bidden en vraag om wakker te mogen blijven. Maar mijn ogen zijn zo zwaar en ik val in slaap. Hij wekt ons weer en verwijt ons opnieuw dat we niet wakker kunnen blijven. Ik sta met mijn mond vol tanden en heb geen weerwoord. Ik vind mijzelf een slechte leerling en voel mij schuldig. Ook de derde keer moet Hij ons wekken en Hij zegt gelaten: “Jullie slapen maar door en rusten uit! – het is genoeg, de ure is gekomen dat de mensenzoon wordt overgegeven in de handen van de zondaars; wordt wakker, laten we gaan!”

Reflectie

Ervaringen van Petrus herken ik in mijn eigen leven. Ook ik neem mij soms oprecht voor om te bidden, maar word dan slaperig en haak af. Of ik neem mij voor om dagelijks thuis lauden te vieren of vespers, maar haak vervolgens om allerlei redenen af: de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak (Mc 14, 38). Sterker nog: het gebeurt zelfs vaak dat ik afhaak, vind ik. Het valt mij op dat dat altijd gebeurt bij persoonlijke voornemens, niet (of minder) bij werkgerelateerde zaken. Dan houd ik wel vol, zet ik wel door.

Terug naar het bidden. Jezus vraagt om wakker te blijven en met Hem te bidden en Petrus (ik) haakt af. Ik stel mijn eigen wensen boven Zijn wensen. En ook dat ken ik heel goed. Ik heb vaak in dagboeken geschreven over dienaarschap, Hem dienen. Maar wil ik dat echt? Durf ik dat wel aan? Hoe reageert Jezus hierop in het evangelie van Marcus? Is Hij verwijtend of boos? Nee, ik vind Hem mild en gelaten. Hij aanvaardt mijn menselijke zwakte. Maar dat is natuurlijk geen vrijbrief en dat maak ik er nog wel eens van. Jezus confronteert Petrus met zijn zwakte en mij ook.